Gebeden worden verhoord
E
en kerkelijk meelevend meisje van 15 jaar, laten we haar Elly noemen, kreeg in toenemende mate problemen tijdens kerkdiensten en bijeenkomsten van het jeugdwerk. Als de naam ‘Jezus’ genoemd werd, of als er gebeden werd, kreeg ze het benauwd en wilde ze naar buiten. Eenmaal in de buitenlucht ging het dan wel weer, hoewel ze daar soms ook afwezig voor zich uit zat te staren. Ze kreeg ook moeite met bidden: niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Wanneer ze haar handen bij elkaar wilde brengen om die te vouwen, lukte dat niet. Haar handen bleven op enige afstand van elkaar. Een vriend vond dat maar vreemd en zou wel even kracht zetten om de handen bij elkaar te krijgen, maar dat mislukte. Langzamerhand kreeg de jeugdleiding een vermoeden: zou Elly soms last hebben van demonische invloeden? Men ging met haar in gesprek en uiteindelijk bleek dat er in voorgaande jaren zaken waren voorgevallen die het probleem zouden kunnen hebben veroorzaakt, o.a. het kamperen op een locatie waar satanisten actief waren. Toen is er met haar gebeden voor bevrijding en vanaf dat moment heeft ze een duidelijke verbetering ervaren. Ze kon haar handen weer samen krijgen!
De christelijke omgeving reageerde hier nogal verschillend op: van dank aan God tot scepsis. Was het geen vorm van aandacht trekken? Was het niet vooral psychisch? In Nederland is men in kerkelijke kring niet zo gewend met deze problematiek om te gaan en het valt te verwachten dat de reacties dan nogal uiteenlopend zijn. Zelf sluit ik de psychische kant zeker niet uit, maar ben toch van mening dat hier ook sprake kan zijn van ‘occulte belasting’. Het is merkwaardig dat Elly vroeger geen problemen had met bidden en later wel. Het komt meer voor dat occult belaste mensen abnormaal reageren op de naam ‘Jezus’ of de Bijbel. Ook kan men hoofdpijn krijgen tijdens gebed of bijbellezen. De verschijnselen waren in ieder geval aanleiding om eens door te vragen bij Elly wanneer de problemen begonnen waren en dat leverde concrete aanknopingspunten op. In gebed zijn de genoemde zaken bij God gebracht vanuit de overtuiging dat Hij alle dingen weet. Het gebed was gericht op de verbreking van de duistere banden die er konden zijn. Dat gebed is verhoord en God heeft ervoor gezorgd dat zij vrij kwam. Laten we Hem dan daarvoor de lof geven.
Vroeger en nu, méér dan gebed
In de evangeliën geeft de Heiland opdracht aan zijn discipelen om mensen te genezen en te bevrijden, bijvoorbeeld in Mt10. Het verslag in Mc6:13 maakt duidelijk dat ze dit ook konden. In Lc10 staat de uitzending van de zeventig of tweeënzeventig volgelingen beschreven met dezelfde opdracht. Na terugkeer zeggen ze met vreugde: ‘Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam’ (vs17). In het slot van Marcus geeft de Heiland onderwijs over zending onder de volken en daarbij schenkt Hij de belofte: ‘Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven’ (16:17). Het boek Handelingen laat zien dat deze belofte vervuld werd. De daaropvolgende kerkgeschiedenis maakt duidelijk dat het uitwerpen van demonen gewoon doorgegaan is na de apostolische tijd. Het feit dat de christenen dit deden, was een belangrijke factor in de uitbreiding van de christelijke gemeente in het Romeinse rijk.
In de afgelopen tijd hebben wij er niet zo heel veel mee te maken gehad en tal van christenen reserveren deze zaken voor vroeger of voor het zendingsveld, maar in toenemende mate krijgen wij ermee te maken. Een studente mailde mij heel kort: klopt het dat u pastoor bent en kunt u bevrijden van geesten? Later bleek dat zij hindoe was, maar in eigen omgeving niet geholpen kon worden. Ze begreep heel goed dat ze bij christenen moest zijn voor bevrijding, want in hun Bijbel is daarvan sprake. Ze schreef me er geen bezwaar tegen te hebben als ik de naam van Jezus daarvoor zou gebruiken. In deze situatie heb ik contact gezocht met christenen die een hindoeachtergrond hebben, om haar te begeleiden. Het is niet goed om zomaar voor bevrijding te bidden met een meisje dat niet persoonlijk in Jezus Christus gelooft. Als de demonische machten al zouden vertrekken, dan kunnen ze kort daarna weer terugkomen. Het bevrijdingspastoraat is méér dan alleen gebed: het omvat een begeleiding in allerlei opzichten. Als iemand nog geen christen is, is het minste wat gevraagd moet worden de bereidheid om Jezus te volgen als Hij toont machtiger te zijn dan de goden die tot nu toe gediend werden.
Gebondenheid en vrijheid
Elders in dit nummer van Bodem is geschreven over de vrijheid in Christus. Hoewel christenen naar mijn overtuiging niet ‘bezeten’ kunnen zijn, dat wil zeggen geheel in de macht van satan, kunnen christenen wel met een bepaalde gebondenheid te maken hebben die het gevolg is van demonische werkzaamheid in hen. Het is dan van groot belang een helder zicht te hebben op het werk van Christus en de verlossing die Hij bewerkt heeft. Neil Anderson gaat hier in zijn boek
De Bevrijder goed op in. Hij schematiseert nogal, maar de grondgedachten van het boek vormen een welkom medicijn voor hen die in eigen leven te zeer neergedrukt gaan door duivelse aanvallen. De oplossing is volgens hem niet in de eerste plaats om een goede hulpverlener te zoeken, maar om te vertrouwen op Christus’ werk voor en in ons. Anderson beschrijft verschillende niveaus van geestelijke gebondenheid. Ten eerste kan een gelovige aan de buitenkant een redelijk normaal christelijk leven leiden, maar toch worstelen met zondige gedachten: begeerte, jaloezie, hebzucht, haat, lusteloosheid, enzovoort. Hij heeft een gering godsdienstig leven. Bidden is een teleurstellende ervaring. Op het tweede (ergere) niveau bevinden zich degenen die onderscheid kunnen maken tussen hun eigen gedachten en vreemde, boze ‘stemmen’ die hen lijken te overweldigen. Ze ervaren in het eigen leven niet dat satan overwonnen is en vragen zich af of ze ineen zullen storten. Dit vooruitzicht beangstigt hen zo erg, dat ze er met niemand over praten. De meesten van hen zijn neerslachtig, bang, paranoïde, verbitterd of boos. Ze kunnen het slachtoffer geworden zijn van overmatig alcoholgebruik, drugs, eetstoornissen, enzovoort. Degenen die zich op het derde niveau bevinden, hebben de controle over hun gedachteleven verloren. Ze horen stemmen in hun hoofd die zeggen wat ze moeten denken, zeggen en doen. Deze mensen blijven thuis, lopen op straat te praten met denkbeeldige mensen of worden opgenomen in tehuizen voor psychisch gestoorden.
Het is volgens Anderson de erfenis van iedere gelovige dat hij vrij mag zijn van demonische verleiding en bemoeienis en daarom stelt hij zeven stappen voor om zelf tot deze vrijheid te komen. Vervolgens is het van belang in de vrijheid te blijven leven. Er is lang niet altijd een ander (exorcist) voor nodig. Dit wil niet zeggen dat een christen in de praktijk van dit leven tot volmaakte vrijheid komt, maar wel dat de rechtsgrond ontnomen wordt aan satan om op een bijzondere manier te kwellen.
Na de bevrijding
Vanuit pastoraal oogpunt wil ik hier nog aan toevoegen dat bevrijding betekent dat een bepaalde invalspoort van satan is gesloten, maar ook na de bevrijding valt er nog genoeg te strijden tegen de zonde, tegen de zwakheid van ‘het vlees’ (zoals in de brief aan de Galaten staat) en tegen duivelse verleiding. De wapenrusting van Ef6 blijft steeds nodig. Het valt te verwachten dat mensen die een vrij grote levensverandering hebben meegemaakt en gebroken hebben met allerlei verkeerde gewoonten, soms nog heel sterke verleiding ervaren vanuit die vroegere wereld. Bevrijd-zijn betekent niet dat voortaan een rustig leven aanbreekt, maar wel een leven waarin we mogen staan in de vrijheid die Christus ons verleent.
In mijn populair geschreven boekje
Occulte machten en bevrijding heb ik aan het eind informatie over het gebed om bevrijding opgenomen. Naar aanleiding daarvan wil ik nog een voorbeeld geven. Het betreft een mevrouw van 44 jaar, godsdienstig opgevoed. Haar vader overleed toen ze nog jong was. Deze vrouw kon niet persoonlijk geloven in Christus, ondanks het gebed en het voorbeeld van haar moeder. Ze werd steeds depressiever, moest stoppen met haar studie en heeft ongeveer 25 jaar lang thuis gewoond, ongeschikt om iets te doen. Keer op keer waren er woedeaanvallen, waarbij zij huisraad kapotsmeet en haar moeder sloeg en verwenste. Even later besefte ze huilend wat ze gedaan had. Teleurgesteld wendde ze zich af van de kerk en het bidden liet ze meestal achterwege. Na het overlijden van haar moeder heeft ze maanden op bed gelegen en geprobeerd door liters alcohol de ellende te vergeten. Het liefst zou ze sterven. Via een recensie kwam ze achter het bestaan van het genoemde boekje en daardoor ging een wereld voor haar open: zou zij occult belast zijn? Haar vader had zich in Indonesië voor zijn bekering beziggehouden met voorouderverering en spiritisme: het oproepen van geesten van overledenen. Door de opdrachten van de geesten had hij zelfs een poging tot zelfdoding gedaan. Het is mogelijk dat demonische invloeden van ouders op kinderen overgaan. Toen ze ontdekte wat er in haar leven aan de hand was, heeft ze in gebed alles aan God beleden en zich toevertrouwd aan zijn beloften. Voor het eerst van haar leven bad ze echt. Wonderlijk wat er toen gebeurde: de Heilige Geest kwam in haar en zo leerde ze Christus kennen. Vreugde en blijdschap verdreven de depressiviteit en moedeloosheid. Het geloof betekent nu alles voor haar. De alcohol kon weg. Een totaal vernieuwde persoon ervaart nu dat Jezus Christus opgestaan is uit de dood en leeft! In deze situatie is er geen afhankelijkheid van een hulpverlener, ook geen nadruk op angst of het aanpraten van schuld, maar slechts op bevrijding. Deze mevrouw ging op zoek naar een gemeente waar ze zich bij kon aansluiten, een gemeenschap waar men haar begreep en verder pastoraal kon begeleiden. Er valt nog heel wat recht te zetten en te helpen na zo veel jaren van scheefgroei, maar het goede begin is er. Het is bemoedigend te zien hoe God mensen bevrijdt!
Q
DENKBODEM
DENKBODEM
1. Heb je zelf, in je eigen leven of in je leefomgeving, wel te maken (gehad) met vormen van demonische binding? Hoe herken je dat, en wat zou je ermee doen?
2. Probeer je een aantal situaties voor te stellen die misschien wel niet met demonen te maken hebben (‘gewone’ zonden? karakterzwaktes?) – hoe zou je daarmee omgaan, als je die bij jezelf of bij anderen zou aantreffen?
3. Op welke manier en in welke mate blijf je kwetsbaar voor de aanvallen van de vijand, ook als bevrijdingsbediening je in het bewustzijn van je positie in Christus geplaatst heeft?
Het is een heel helder stuk. Ik had vroeger ook last van occulte binding. Ik leed (een beetje) aan anorexcia, had totaal verkeerd zelfbeeld, vaak deprimerende stemmingen. Tot dat ik via mijn man in aanmerking kwam met iemand die dus bevrijdingspastoraat heeft gedaan. Hij heeft voor mij gebeden met drie andere mensen erbij. En ik voel mij nadien echt vrij. Leek net of gevangenisdeuren open gingen zo geweldig. Het is nu een jaar geleden en het is soms nog zo moeilijk om met name mijn familie te zien die nog steeds gevangen leven mede omdat ze Jezus niet hebben aangenomen. Tuurlijk blijft het soms wel eens kriebelen omdat ik 10 kilo ben aangekomen dat ik mij soms wel weer te dik voel. Als ik dit voel geef ik het gelijk aan God en vraag soms ook of anderen voor mij willen bidden. Dit helpt gelukkig enorm, want ik wil voor geen goud meer terug in de gebondenheid! Gelukkig hebben wij een grote God die regeert.
Enkele weken geleden heb ik een toespraak van prof. Paul bijgewoond. Deze spreker is een absolute aanrader. Hij hield een helder, evenwichtig betoog over het functioneren van gebedsgenezing dat in de traditionele, noch in de charismatische kerken zou misstaan. Zijn belangrijkste punten (in mijn beleving): genezing kun je niet claimen, maar er mag altijd voor worden gebeden, en; gebedsgenezing/bevrijding hoort bij voorkeur thuis in een omgeving waar nazorg geboden kan worden.
Als u de kans heeft om deze spreker te beluisteren: zeker doen!
Enkele weken geleden heb ik een toespraak van prof. Paul bijgewoond. Deze spreker is een absolute aanrader. Hij hield een helder, evenwichtig betoog over het functioneren van gebedsgenezing dat in de traditionele, noch in de charismatische kerken zou misstaan. Zijn belangrijkste punten (in mijn beleving): genezing kun je niet claimen, maar er mag altijd voor worden gebeden, en; gebedsgenezing/bevrijding hoort bij voorkeur thuis in een omgeving waar nazorg geboden kan worden.
Als u de kans heeft om deze spreker te beluisteren: zeker doen!