D
e wereld waarin we leven wordt verscheurd door conflict. Niet alleen de krant, maar zelfs de Bodem staat er bol van. Conflicten tussen naties, volken, buren, partners. En hoe verschrikkelijk al deze brandhaarden ook mogen zijn, er is nog een strijdtoneel, een waarin we ons allemaal dag in dag uit begeven: dat van het innerlijk conflict.
Voordat ik persoonlijk word, dat is immers de bedoeling in deze column, geef ik een klein beetje achtergrond over dit begrip. Het innerlijk conflict is beschreven door Freud, die stelde dat ons ‘ik’ voortdurend aan het schipperen is tussen onze ‘driften’ en de sociale regels die paal en perk stellen aan het uitleven van die driften. Ook in hedendaagse psychotherapie leer je nog steeds je bewust te worden van je opvattingen over jezelf en je leefwereld, die voor emotionele problemen zorgen.
Wat ik hierboven schreef is natuurlijk niet bepaald ‘eerlijk gezegd’. Dat volgt nu.
In een cursus psychotherapie die ik laatst volgde, moest ik naar goed gebruik ook zelf mijn doopceel lichten. De problematische situatie die ik aankaartte betrof een aankomende redactievergadering van een zeker tijdschrift, Bodem, waarin ik zou vertellen dat ik had besloten te stoppen met mijn werk voor het blad. De therapeut onderzoekt dan op basis van de ervaren emoties in deze situatie (in mijn geval: spanning, angst) welke ‘irreële opvattingen’ ik over mezelf en mijn leefwereld huldig.
Therapeut: Welke gedachten gingen er door je heen net voordat je je zo begon te voelen?
Ik: Ik dacht, ze zien me al aankomen.