J
ohannes 5 – de genezing van een zieke aan de rand van het wonderbad Betzata. Ik zie, ik zie wat Jezus niet ziet: de vele anderen die er liggen te creperen en te (ver)wachten. Zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Jezus zal ze misschien wel gezien hebben, Hij doet er niets mee. Ik ergerde me aan deze inefficiency van Jezus. Als je er toch bent, pak dan meteen het hele bad mee! Eén gebaar, één woord had de vijf zuilengangen lamgeslagenen in een genezen, dansende en God prijzende menigte kunnen veranderen. Een gemiste kans. Want Jezus ‘doet’ er ééntje. Te klein, te weinig overtuigend en vooral niet erg tactisch. Zijn kritische toeschouwers had Hij ook op sabbat de mond kunnen snoeren met een overmacht aan voorbeelden in levenden lijve.
Terwijl ik mij druk maakte over het gebrekkige gevoel voor marketing van Jezus, struikelde ik over vers 7. In antwoord op Jezus’ vraag of hij gezond wil worden, zegt de langdurig zieke man: ‘Heer, ik heb geen mens om...’ Languit lag ik op de grond, gevloerd door één man.
Jezus ziet het leed, de nood van de wereld. Alles. En wij steken Hem naar de kroon met ons technisch vermogen om de hele wereld als een global village te zien. Mij ontgaat niets met tig tv-kanalen en de vele www’s en blogs. Ik zie alles en even (on)gemakkelijk ontzie ik mezelf weer met een druk op de knop. ‘Dit is te veel, te zwaar. Wat kan ik ermee?’ Toch niet zo veel meer dan Jezus. Sorry. Wat nu? Wat wil God van mij?
Pasgeleden ontmoetten we Marloes, een jonge vrouw. Was als kind gedrild in vaste rk patronen, had afgeknapt alles weer losgelaten en was nu hopeloos op zoek naar het doel van haar leven. Haar pogingen tot wereldverbetering met studie en werk waren op niets uitgelopen. Burn-out. Van hulpverlener tot hulpbehoevende geworden. En God? Die was voor haar nog gehuld in een dikke, onbegrijpelijke mist. Toch heeft ze Hem ongezien begrepen. Zij zag, zij zag wat ik niet zag. Haar eerste stappen met God waren achter... een rolstoel. Met een dementerende dame erin. Een rondje door het park bij het verpleeghuis, even stilhoudend bij de eendjes. Marloes buigt voorover om de mondhoeken van de vrouw af te vegen. Het speeksel heeft er de vrije loop. Al rijdend brabbelt de dame ins Blaue hinein. Vrolijk en opgewekt maakt Marloes er een gesprek van. Ze houden stil. Glimlachend kijkt de dame even om, naar Marloes. Ogen die schitteren van trots kijken omhoog. Ze rijden verder.
Marloes doet wat Jezus deed. Meer dan het gewone (Matteüs 5:47), recht doen en getrouwheid liefhebben (Micha 6:8 – een eis!), het bijstaan van een weduwe en wees in haar nood (Jakobus 1:27). Het was haar antwoord op de vraag: ‘Wat kan ik de Heer aanbieden, waarmee hulde brengen aan de verheven God?’ (Micha 6:6). Het was haar antwoord op de zieke die zei: ‘Ik heb geen mens om...’ Alles uit één mens, met één hart, twee handen, en een mond die zwijgt over grote daden. Marloes deed het, bij eentje. Zo gewoon, zo groots. En God keek om naar Marloes en... glimlachte.
Q