J
akobus verkondigt het christendom van de daad. Zonder daden is het geloof waardeloos, is het geloof zelfs dood. Met je handen in de aarde dus! (Ik zou hier mijn eerste column neer kunnen zetten, een knipoog voor wie dat nog weet!) Wat heeft Jakobus mij te zeggen?
Thuis op de bank zitten geloven zet geen zoden aan de dijk. Word wakker, doe iets.
Door daden kun je je geloof uiten of, als je wilt, bewijzen. Maar waarom zou je je geloof willen uiten of bewijzen? Wat is dan je boodschap eigenlijk? Komt het willen uiten of bewijzen van het geloof niet voort uit twijfel? Zijn daden van deugd en naastenliefde op zich niet voldoende? Moeten de daden christelijk zijn? En wat zijn dan wel of geen christelijke daden? Het christelijke staat volgens mij voor naastenliefde, voor al het goede. Meestal hebben we over de inhoud van het goede wel een gemeenschappelijk idee, alleen handelt niet iedereen ernaar en zijn er normzieke mensen. Bij twijfel kun je de Bijbel natuurlijk raadplegen. Maar vergis ik mij als we diep in ons hart precies weten wat goed is en dat daar geen boek tegenop kan?
Ik haal uit Jakobus enkele goede daden: voorzien in de stoffelijke nood van een broeder of zuster zonder eten en kleren; je zoon offeren (ongetwijfeld symbolisch uit te leggen); je arbeiders eerlijk betalen; rijkdom delen; een zondaar van zijn dwaalwegen bekeren.
En dan nu mijn probleem: in de kring waarin ik leef, hoewel niet gesloten, zijn er geen behoeftigen, kom ik maar weinig zondaren tegen, en ik bepaal helaas geen salarissen.